Wanneer het regent, dat het giet

31 01 2010

Plons! De regendruppels glijden via het dak en de palmbladeren naar beneden. Kleren die eerder hingen te drogen, zijn nu doorweekt en moeten opnieuw gedroogd worden. Vleermuizen vliegen rondjes op het patio. Zij zijn hun gevoel voor richting helemaal kwijt. Het regent al een uur aan één stuk door. De zandweg is veranderd in een modderpoel. Het geluid van een pomp lijkt het geluid van de regendruppels te overstemmen. Een tropische regenbui overvalt ‘Pousada Dona Gloria’, ons hotel.

De geur van een tropische regenbui hing al de hele nacht in de lucht. Vanaf tien uur ‘s avonds lokale tijd was het water op. Geen druppel water kwam er meer door de kraan. Douchen, afwassen, handen wassen, tanden poetsen en doortrekken, alles wat wij voor lief nemen, kon niet meer. In de jungle, waar de community St. Luzia zich bevindt, ben je afhankelijk van het weer. Hier gebruik je het regenwater voor alles.

Tijdens de hevige regenbui loopt de grote blauwe watertank achter het huis weer vol. Duizend liter water kan er worden opgevangen. Behalve de tank zorgt ook het riviertje dat dwars door de community loopt voor het watergebruik. Met dit water worden kleren gewassen en toiletten doorgespoeld. Uit de tank komt water om je handen te wassen en te douchen.

In Brazilie kennen ze maar twee seizoenen. Een half jaar wanneer het af en toe regent en een half jaar wanneer het elke dag regent. In de periode dat dagelijks giet, treedt de rivier de Tapajos buiten zijn oevers. Straten staan dan blank. Water tot op kniehoogte is voor de inwoners van Santarém niet uitzonderlijk. Veel huizen in de buurt van het water staan grotendeels op palen, zodat ze bij wateroverlast gewoon blijven staan. Als het water te hoog staat, verhuizen deze Brazilianen naar familie in de stad. Daar blijven ze tot de stand van het water na een half jaar weer is gezakt. Dan keren ze terug, in de hoop dat hun woning er nog staat.

De enkeling die, ondanks de regen, wel voor zijn artikel op pad gaat, propt de waterdichte poncho in de tas en begeeft zich via de modderige paden richting de bushalte. Dieren zie je op het moment niet, op die drie laagvliegende vleermuizen na. Gebukt lopen mensen naar de stoelen, in een poging de vleermuizen te ontwijken. Dit vind ik de natuur op haar best.

Na anderhalf stopt de regen en keren de meeste dieren terug naar buiten. De kippen en zwijnen lopen weer rond. Ook de vogels en andere dierengeluiden vullen de jungle met hun geluid. Zo rap als de regen kwam, zo snel houdt het weer op. Mijn tas rits ik dicht. Klaar om de modderpoel richting stad te trotseren.





De taalbarrière en daar voorbij

31 01 2010

Één zin, vijf woorden. Eerste woord, drie lettergrepen, klinkt als…. Ik trek aan mijn rechteroorlel. De verkoper kijkt me vragend aan. Ik spreek geen Portugees en hij geen Engels. Met handen, voeten en kermende geluiden probeer ik een glas jus d´orange te bestellen. Uiteindelijk beeld ik een menukaart uit. Wijzend op de glas orange, begrijpt hij mij. Zucht. Reizen voelt als het spelen van hints.

Wie, wat, waarom, waar, wanneer en hoe, zijn de belangrijkste woorden voor een journalist. Die staan dan ook voorin in het boekje ´Braziliaans voor dummies´. In een land waar ik de taal niet ken, begint iedereen spontaan tegen mij aan te praten. De gastvrije bewoners babbelen door, ondanks mijn vragende blik. Met de enige drie Spaanse woorden die ik ken, praat ik terug, ´No hablo Portuges´. Als ze verder gaan met hun verhaal in het Portugees. Laat ik het woord ´Ollandes´vallen. Ze stoppen met hun verhaal en knikken begrijpend. Wat ben ik toch een ontzettende toerist.

De taalbarrière is een groot probleem, in landen waar de Engelse taal niet wordt beheerst. Zoals in Santarém (Brazilië), waar het volgens de leraar niet moeilijk was om een taxi terug te nemen naar het hotel in de rimboe. Het bleek veel moeite te kosten om de taxichauffeurs uit te leggen waar ons hotel nu was. Dat kenden ze niet. Door hulp van omstanders werd het adres uitgelegd. Toen ze overtuigd waren van de locatie, reden we aan. Op één of ander afgelegen gebied midden in de rimboe eindigt de taxirit. Ver van ons hotel. We reden naar St. Lucia en we moesten naar St. Luzia. In de stad zijn er twee gebieden met dezelfde naam. Alleen de uitspraak maakt het verschil. Wij waren verdwaald midden in de rimboe. Drie uur later waren we pas ‘thuis’. Die verdomde taalbarrière.

Dat het gemis van de Portugese taal, niet altijd een belemmering is. Werd duidelijk, toen ik een foto maakte van één van de jonge dames van de community St. Luzia, de plek waar wij verblijven. Via paint begon ik een hoedje te tekenen. Het meisje Jociene tekende daarop de meest rare fratsen op haar eigen foto. De roze lippen, roze wimpers en een rode neus volgde. Ze zegt een paar woorden tegen me. Ik heb geen idee wat ze zegt. Maar aan haar lach, denk ik het wel te weten.

Portugees is moeilijk en het zal nog lang duren voordat ik het ga beheersen. Maar als ik op het einde van mijn reis terug ga naar Sao Paolo. En bij de bakker een glas jus d´orange bestel. Zal ik in mijn beste Portugees een heerlijk glas sinaasappelsap bestellen. Zonder woordenboek erbij. Die taalbarrière streef ik gewoon voorbij.





First-time-flyer

31 01 2010

Kleine huizen, kleine mensen, kleine auto’s en besneeuwde kavels en bevroren meertjes en kanalen. Mijn ogen draaien weer naar de stoel voor me. Mijn stressbal in mijn rechterhand, waarin ik hevig knijp. Een paar kilometer hoog in de lucht en nog steeds stijgend. Wolken gaan wij voorbij, ik zie wat bewolking en sneeuw vanuit het westen. Piet Paulusma dan maar bellen? Klasgenoten tikken op mijn schouder en vragen ‘gaat het nog’. Mijn ogen draaien terug naar het raam. Met een grijns kijk ik naar buiten. Een First-time-flyer dat ben ik.

Koffer check, handbagage check, camera check. Als een klein kind, kijk ik mijn ogen uit op Schiphol. En verbaas me over de vele, grote vliegtuigen. ’Wat gaat er nu gebeuren?’ ‘Moet ik mijn paspoort pakken?’’ Ook mijn boarding pass?’ Met vragen a la graadje irritantheid bestook ik mijn reisgenoten. Uitleg wordt gegeven naar aanloop van de vlucht.

Een aangewezen stoel bij het raam is mijn plek voor de vliegreis naar Madrid. Die halve vierkante meter eigen ik mezelf toe. Althans voor de komende tweehalf uur. Een gemelde vertraging zorgt voor meer wachtplezier. Puzzelen, lezen en kletsen, tijd vliegt wanneer je heel, heel, heel lang moet wachten. Door de vliegtuiginstructies slaap ik heen. Zwemmende bewegingen die naar de nooduitgang wijzen heb ik helaas moeten missen. Met twee uur vertraging rijdt het vliegtuig richting start. Door stakende franse luchtverkeersleiders is het de vraag of we de aansluiting in Madrid gaan missen. Wat doen die fransen toch graag aan staken.

Stevig kauw ik op mijn kauwgom en misbruik ik mijn stressball tijdens de stijging. Kauwgom kauwen moet, om de druk op mijn oren te vermijden. Buiten word alles kleiner. Byebye Nederland. Brazil, here I come. Of ja nog niet. Ik draai mijn hoofd om naar de andere First-time-flyer. Ook hij haalt zijn schouders op. Het is net een treinreis en in plaats van wissels, zorgt turbulentie voor het schudden.

‘Fasten your seatbelts ‘ roept de piloot door het vliegtuig en start met dalen. De enigszins ‘amateuristische’ piloot zet de landing in tijdens hevige windvlagen, mijn grijns verdwijnt. Het vliegtuig schudt hevig en misselijk kijk ik voor mij uit. Als elk vliegtuig zo landt, dan heb ik niet zo veel zin in de komende acht vluchten. Zucht.
Met meer dan twee uur vertraging missen we de aansluiting van Madrid naar Sao Paolo. Veilig op de grond, pff. Na deze turbulente landing, kus ik mijn ketting voor de goede vlucht. Maar de volgende keer kus ik de grond. Net zoals de Paus.





Inpakken en wegwezen

24 01 2010

20:00
Ik start met het inpakken van mijn koffer. De afgelopen dagen ben ik op en neer geweest van Tilburg naar De Rips. Om lessen te volgen, maar ook om spullen te halen, die dan weer nodig zijn voor mijn reis. Ik word gek. Afgelopen dagen was een hoop geregel. Ik moest nog een moneybelt, zomerkleren, Braziliaans geld, landkaarten en ook nog wat medicijnen halen. Probeer maar eens zomerkleren te shoppen in de winter. Een no-go. Dus uiteindelijk stapelen oude kleren zich naast mijn koffer op.
De medicijnen halen was weer een ander probleem. Het duurde meer dan een half uur voordat ik aan de beurt was. Daarna duurde mijn beurt weer drie kwartier. Die wachtrij in de apotheek, dat was mijn doen en daar ben ik trots op (slaat demonstratief de armen over elkaar).

22:30
De eerste kleren verdwijnen in mijn koffer. Dan mijn toilettas, wat extra schoenen, adapters en nog wat andere elektrische meuk. Koffer dicht en op de weegschaal. Ik mag twintig kilo meenemen. De weegschaal slaat meer dan 25 kilo uit. Ik schrik en met een moeizame zwaai beland de koffer weer op mijn bed. Ik maak hem open en kijk wat eruit kan. Eigenlijk niets. Want wat haal je eruit, als alles erin zit.

00:30
Ik blijf passen en meten, maar mijn koffer blijft te zwaar. Uiteindelijk bedenk ik me dat er ook in andere tassen nog wat gepropt kan worden. Anders is die statieftas ook zo leeg.
Deze nacht haal ik door. Ik ben te opgefokt om te gaan slapen. Over een paar uur ga ik voor het eerst vliegen.

02:30
Wanneer moederlief om de hoek van de deur komt kijken, om mij eigenlijk wakker te maken. Ziet ze dat ik nog druk bezig ben om mijn koffer in te pakken. Mijn zus zal vast ook wel wakker geworden zijn, van al het gestommel dat de koffer en ik produceerden. Snel worden er nog broodjes gesmeerd en de koffers in de achterbak geladen. Onderweg pak ik mijn rugzak nog in.

04:50
We naderen Schiphol. Ik kijk met grote ogen naar de grote vliegtuigen van KLM, Martinair en andere Nederlandse vliegtuigmaatschappijen. Het is lang geleden dat ik bij Schiphol ben geweest. Er binnen, nog nooit.
Een gedeelte van de groep heeft zich verzameld bij de incheck rij. Ik sluit me aan.

05:30
Wanneer de incheckbalie bijna opent, bestook ik mijn klasgenoten met irritante vragen. Wanneer moet ik wat laten zien? Moet ik ook mijn handbagage afgeven?
Dan is het tijd om afscheid te nemen van mijn ouders. Een snelle omhelzing, want de douane wacht op mij.
Ik en mijn metalenpoortjes hebben een vreemde relatie. Elke keer als ik er door wil, gaat er iets piepen. Eerder bij een excursie naar buitenlandse zaken, nam ik al de proef op de som. Het poortje begon bij mij spontaan weer te piepen. Ditmaal verwijderde ik alle metalen dingen, die zouden kunnen gaan piepen. Geluidloos liep ik voorbij het poortje. Nog even draaide ik om en zag ik mijn ouders zwaaien. Voor de laatste keer zwaaide ik terug. Ik hing mijn rugzak om en liep naar de groep. Mijn eerste reis begon.





`Een first-time-flyer dat ben ik.´

24 01 2010

Kleine huizen, kleine mensen, kleine auto’s en besneeuwde kavels en bevroren meertjes en kanalen. Mijn ogen draaien weer naar de stoel voor me. Mijn stressbal in mijn rechterhand, waarin ik hevig knijp. Een paar kilometer hoog in de lucht en nog steeds stijgend. Wolken gaan wij voorbij, ik zie wat bewolking en sneeuw vanuit het westen. Piet Paulusma dan maar bellen? Klasgenoten tikken op mijn schouder en vragen ‘gaat het nog’. Mijn ogen draaien terug naar het raam. Met een grijns kijk ik naar buiten. Een first-time-flyer dat ben ik.

Koffer check, handbagage check, camera check. Als een klein kind, kijk ik mijn ogen uit op Schiphol. En verbaas me over de vele, grote vliegtuigen. ’Wat gaat er nu gebeuren?’ ‘Moet ik mijn paspoort pakken?’’ Ook mijn boarding pass?’ Met vragen a la graadje irritantheid bestook ik mijn reisgenoten. Uitleg wordt gegeven naar aanloop van de vlucht.

Een aangewezen stoel bij het raam is mijn plek voor de vliegreis naar Madrid. Die halve vierkante meter eigen ik mezelf toe. Althans voor de komende tweehalf uur. Een gemelde vertraging zorgt voor meer wachtplezier. Puzzelen, lezen en kletsen, tijd vliegt wanneer je heel, heel, heel lang moet wachten. Door de vliegtuiginstructies slaap ik heen. Zwemmende bewegingen die naar de nooduitgang wijzen heb ik helaas moeten missen. Met twee uur vertraging rijdt het vliegtuig richting start. Door stakende franse luchtverkeersleiders is het de vraag of we de aansluiting in Madrid gaan missen. Wat doen die fransen toch graag aan staken.

Stevig kauw ik op mijn kauwgom en misbruik ik mijn stressball tijdens de stijging. Kauwgom kauwen moet, om de druk op mijn oren te vermijden. Buiten word alles kleiner. Byebye Nederland. Brazil, here I come. Of ja nog niet. Ik draai mijn hoofd om naar de andere First-time-flyer. Ook hij haalt zijn schouders op. Het is net een treinreis en in plaats van wissels zorgt turbulentie voor het schudden.

‘Fasten your seatbelts ‘ roept de piloot door het vliegtuig en start met dalen. De enigszins ‘amateuristische’ piloot zet de landing in tijdens hevige windvlagen, mijn grijns verdwijnt. Het vliegtuig schudt hevig en misselijk kijk ik voor mij uit. Als elk vliegtuig zo landt, dan heb ik niet zo veel zin in de komende acht vluchten. Zucht.

Met meer dan twee uur vertraging missen we de aansluiting van Madrid naar Sao Paolo. Veilig op de grond, pff. Na deze turbulente landing, kus ik mijn ketting voor de goede vlucht. Maar de volgende keer kus ik de grond. Net zoals de Paus.





Eindelijk weer blogtijd

24 01 2010

Het heeft weer even geduurd. Voordat ik weer tijd had om te bloggen.. Dus de komende uren kun je nog wat verwachten. Iets minder dan twee uur heb ik de tijd om jullie op de hoogte te brengen van mijn reis. Dat moet gezien de tijd wel redelijk lukken.

Just wait and see…

xx Simone





I’m from Holland, were the f*ck you from?!

11 01 2010

Wat ga je doen?
Van 14 Januari t/m 29 Januari ga ik naar Brazilië. Vier dagen verblijf ik in Sao Paolo en daarna vlieg ik met tien anderen door naar Santarém. Waar ik een week verblijf. Elke dag van mijn reis probeer ik een videoblog te posten op deze site. Zodat jij ook wat ziet van al het moois in Brazilië. Zolang een internetverbinding het toelaat, zal ik hier posten. Dus vergeet niet te kijken.

Wesley en ik maakte onderstaand flimpje voor mijn Brazilië reis.





“Maar ik weet het nu al: De komende dagen worden een groot drama.”

11 01 2010

Donderdag om acht uur s’ochtends gaat mijn reis beginnen. Mijn ouders zijn zo lief om mij naar Schiphol te brengen en daar twee weken later dan ook weer af te halen. Ik tel de dagen af, al vanaf december werden de kalenderdagen al doorgestreept. Ik heb ontzettend veel zin om naar Brazilië te gaan, want daar is het tenminste wel warm.
“Maar ik weet het nu al: De komende dagen worden een groot drama.”

Mijn speciaal gekochte knalgroene koffer staat zielig in de hoek van de overloop. De afgelopen weken heb ik het reismiddel proberen te vermijden. Want als je het niet ziet, hoef je niet in te pakken, was mijn filosofie. Toch sloeg een groene waas in mijn ooghoek paniek. Nog steeds sluit ik mijn ogen als ik er voorbij moet. Inpakstress, noemen ze dat. Hoewel ik op kamers woon en alleen in het weekend nog bij mijn ouders ben. Kwam ik zaterdag op de radio erachter dat ik nooit langer dan twee weken weg ben geweest bij mijn ouders. Sneu?, ja dat klopt en nu ga ik voor twee volle weken.

Sao Paolo, 30 graden. Heerlijk zo’n weer, warmer dan in Nederland met zijn sneeuw, ijs en gebrek aan strooizout. Met een glimlach las ik de temperaturen overzees en mijn mondhoeken krulde bij de gedachten, wie ik daar nu weer jaloers mee zou maken. Een ondeugende blik was leesbaar vanaf mijn gezicht. Snel sloeg deze blik over in angst, want waar haal je nu in godsnaam leuke zomerse kleding. AARGH!!! De kledingtip was lange loszittende kleding, want vergeet niet, het is daar tegen de 30 graden. Hopelijk ga ik gewoon stilletjes deaud van al die hitte, die ik in Nederland al niet kan verdragen, laat staan ergens anders.

Mijn hutkoffer is lekker groot en knus en hopelijk straffen ze niet voor mensensmokkel. Want het aantal aanbiedingen die ik kreeg om mee te mogen, logen er niet om. Mensen die de rest van de reis zouden leven op rosébier en chocolade en zich voort zouden bewegen als veredelde draagsjaaken. Maar de beperking op koffergewicht, zette daar al snel een punt achter. Helaas moet ik mijn eigen draagsjaak worden. Gelukkig beschikt de groene trolley over een uitschuifbaar handvat, best handig als de koffer over de woeste grond naar het hotel moet worden gesleept. Maar waarschijnlijk hebben ze gewoon bestrating. Zucht.

De boodschappenlijst ligt naast me op tafel. Vandaag moeten de laatste spullen nog verzameld worden. En beantwoord ik de meest prangende vraag die nog door mijn hoofd spookt. Of ik wel zo’n kekke moneybelt/heuptasje moet halen. Hoewel ik weinig aan Fashion doe, lijkt een heuptasje me in gedachten niet te sieren. Naast afritsbroeken die nog in mijn koffer gaan verdwijnen, zijn wandelschoenen een no-go.
De mee-neem-lijst is lang en ik begin bij A. Hoe bereid je je voor, op iets waar je nog nooit geweest bent. Slechte wereldreiziger ben ik en misschien nog wel een slechtere avonturier.

Tot de volgende update.

Brazil here I come








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.